8/12

Als verpleegkundige omgaan met agressie

Als verpleegkundige kom je jammer genoeg regelmatig in aanraking met een vorm van agressie. Fysieke agressie is gelukkig zeldzaam, maar met verbale, psychische en seksuele agressie werd je waarschijnlijk wel al geconfronteerd bij het uitoefenen van je beroep. Gelukkig kan je je wapenen tegen elke vorm van agressie. 

Agressie herkennen en er correct mee omgaan vergt moed, maar je kunt het leren. Het is belangrijk dat je je durft te verweren om te vermijden dat het zich herhaalt. Verschillende types agressie en verschillende fases in een agressieve situatie, vergen een andere aanpak.

Tijdens een opleiding die onze verpleegkundigen onlangs volgden werden vier types agressie onderscheiden:

  • verbale agressie: uitgescholden worden, kwetsend cynisme
  • psychische agressie: geprovoceerd of onder druk gezet worden
  • fysieke agressie: geslagen, geschopt, bekogeld… worden
  • seksuele agressie: verbaal en fysiek ongewenste intimiteiten

Agressie ontwikkelt zich in fases

Het is typerend voor een conflict dat het escaleert. Om te vermijden dat het helemaal uit de hand loopt, moet je in elke fase anders reageren.

Beginfase

Meestal begint een conflict met verbale agressie. Er is een verkeerd woord gevallen, de patiënt kreeg slecht nieuws of verzet zich tegen de voorgestelde aanpak, uit frustratie of om zijn zin te krijgen. Blijf kalm en probeer een gesprek aan te knopen om de patiënt tot bedaren te brengen.

Escalatiefase

Het verbaal of fysiek geweld wordt ernstiger. Dit is de laatste kans om het tij te keren. Wees zelfzeker, neutraal, kordaat en probeer rustig blijven. Geef concrete instructies, hou oogcontact, noem de patiënt bij naam en probeer de situatie met humor te ontmijnen.

Crisisfase

Elke poging om een gesprek te beginnen is als olie op het vuur. Let op je eigen veiligheid.

Afbouwfase

De situatie normaliseert. Maar de nawerking van de adrenalineopstoot zorgt ervoor dat ongepaste interventies en non-verbale signalen heel plotseling een nieuwe aanleiding kunnen zijn voor agressief gedrag.

Depressiefase

Noradrenaline wordt afgescheiden en geeft de agressieve patiënt een energieloos, depressief gevoel. Daardoor is er weer ruimte voor een opbouwend gesprek. Het is belangrijks dat jullie samen bespreken waarom het uit de hand is gelopen en wat jullie kunnen doen om te voorkomen dat het nog eens voorvalt.

Conclusie

Wanneer je als verpleegkundige met een vorm van agressie geconfronteerd wordt, is het van essentieel belang je eigen angst onder controle te krijgen en op een respectvolle, gepaste manier te communiceren met de patiënt. Als je kalm en neutraal overkomt zal de agressor meestal zijn gedrag aanpassen. Hoe sneller je agressie herkent, hoe groter uiteraard de kans dat je kan ingrijpen voor de situatie escaleert.